In Nederland moeten de meeste druivensoorten nog worden geoogst, in Israël markeert Jom Kippoer het einde van de druivenoogst. Deze feestdag staat voor de Grote Verzoendag, een ingrijpend feest van berouw, inkeer en verzoening. 

Tijdens de afgelopen week dacht ik met de bewoners van de woongroepen na over Johannes 15. Waar de Heere Jezus zegt: ‘Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de Landman’. Dat gaat ook over druiven en oogsten. Het is de bedoeling dat een wijnstok veel vrucht draagt, dat er veel druiven kunnen worden geoogst. Deze druiven vormen de vrucht van de wijnstok. 

Ik vertelde over het appelboompje in onze tuin. Dat kregen wij vanuit Zwaagwesteinde mee als afscheidsgeschenk. We hebben hem in Rijnsburg geplant in de pastorietuin. Het eerste jaar kwamen er kleine, harde appeltjes aan. Die waren nog niet eetbaar. Het tweede jaar waren ze iets groter, maar nog steeds niet eetbaar. Dit jaar staat het boompje voor het derde jaar in onze tuin en zijn de appeltjes nog iets groter. Maar nog steeds zijn het geen grote appels die je kunt eten. We hopen dat we volgend jaar iets kunnen met de appels. Misschien kan mijn vrouw er wel een appeltaart mee bakken. Dat zou mooi zijn.

Een appelboom moet appels voortbrengen. Dat is zijn taak. Daarvoor is hij appelboom. Een wijnstok moet druiven voortbrengen. Om wijn van te kunnen maken of druivensap. Zou hij dit niet doen, dan heb je helemaal niets aan een wijnstok. Appelbomen en wijnstokken hebben onderhoud nodig. Ze worden gesnoeid, er wordt in geknipt. Om de opbrengst te verbeteren. 

De Heere Jezus geeft ons geen landbouwles, maar Hij gebruikt een herkenbaar beeld. In het land Israël stonden en staan er veel wijnstokken, in wijngaarden. Hij gebruikt niet alleen een herkenbaar beeld, maar Hij legt deze ook uit. ‘Ik ben de ware wijnstok, mijn vader is de landman. Gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht. Zonder Mij kunt gij niets doen’. 

Wij moeten verbonden zijn met de Heere Jezus, zoals de ranken verbonden zijn met de wijnstok. De wijnstok voedt de ranken. En dat maakt dat er aan die ranken druiven kunnen groeien. Als wij zo verbonden zijn met de Heere Jezus, als ranken aan de wijnstok, dan kan ons leven vruchtdragen. Wat is dat nu dat ‘verbonden zijn’? Is dat moeilijk? Moet je daar allerlei kunstgrepen voor uithalen? Moet je daar groot voor zijn, voornaam of rijk? Verbonden zijn met de Heere Jezus, als een rank aan de wijnstok, is eenvoudig. Dat is door geloof in Hem. Als wij in Hem geloven als Heer en Zaligmaker en ons aan Hem overgeven, dan verbindt dat geloof ons met Hem. Wanneer wij zingen tot eer van zijn Naam, dan is de lofzang een vrucht van onze lippen. We zingen uit geloof en zo dragen we vrucht wanneer we de lofzang gaande houden. En op nog zoveel manieren wil God ons gebruiken en door ons heen werken.

Ds. I. de Graaf
Geestelijk verzorger DSV