We lezen in de Bijbel dat de Here Jezus Christus na zijn opstanding is verschenen aan veel mensen. De apostel Paulus schrijft erover in de eerste brief aan de Korintiërs. Hij verscheen aan Petrus, aan de andere apostelen. Hij verscheen aan vijfhonderd broeders tegelijk. We mogen aannemen dat daar ook nog zusters bij waren, dat betekent een nog grotere groep mensen. En aan nog meer volgelingen. Uiteindelijk ook aan Paulus, die daarvóór nog Saulus heette. Veel mensen hebben Jezus gezien. Waren ooggetuigen van de verrezen Heer. 

Het is bijna niet voor te stellen hoe groot de verbazing moet zijn geweest van deze mensen. Iemand die gestorven en begraven is weer in levende lijve te ontmoeten. Het gaat ook niet over zo maar iemand. Het gaat over de Messias, die door de profeten was voorzegd. Hij die komen zou om zijn volk te bevrijden van de vijand, te redden van hun zonden en het Koningschap op te nemen. Paulus zegt: “Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften..”. Het gebeurt niet zomaar. Als een historisch feit, zoals oorlogen en rampen de geschiedenisboeken hebben gehaald. Als een nieuwsfeit dat in de krant wordt vermeld. Het is naar de Schriften. 

Misschien heeft u het ook wel eens meegemaakt: een levendige droom. Waarin iemand die kort of lang geleden is overleden weer verscheen. Misschien wel met een bijzondere boodschap. Als je dan ontwaakt uit je droom…bleek het een droom. Paulus schreef niet over een droom, maar over iets dat in de realiteit gebeurde. En hij was niet de enige die dat dacht. Honderden mensen hebben Hem tegelijk gezien, de opgestane Heer. Hij verscheen als eerste uit de dood, met uitzicht op de wederopstanding der doden en het eeuwige leven. 

Als een geliefde overlijdt neem je afscheid. Dat wordt door mensen verschillend beleefd. Het besef van het gescheiden worden van elkaar dringt meestal gaandeweg door. Regelmatig ontmoet ik mensen die alleen zijn achtergebleven. In mijn werkkring is dat vaak na een lange periode van samenzijn. Soms na 60 jaar huwelijk, een enkele keer na een 70-jarig huwelijksjubileum. Dan alleen verder moeten als weduwe of weduwnaar valt vaak niet mee. Mag met het oog op Pasen die scheiding van elkaar anders beleefd worden? Kunnen wij troost putten uit de toekomst die ons wordt voorhouden in de Schrift? Wanneer het geloof in de opstanding tot het eeuwige leven leidt tot geloofsvertrouwen, dan mag en kan die scheiding in dat licht worden beleefd. 

Christus werd na zijn opstanding gezien, ontmoette zijn volgelingen. Zo is wie in Christus sterft niet weg. Niet verdwenen in een donker zwart graf. Als je een geliefde uit handen moet geven en je gelooft en weet dat deze in ‘verzekerde bewaring’ is bij de Here, dan is dat een geschenk. Verdriet en rouw mogen hun plaats hebben. Tegelijk mag geleerd worden dat die persoon niet weg is, dat de liefde niet weg is. Op een andere manier gaat het door, blijft de overleden geliefde een rol spelen. In gedachten en herinneringen, maar ook in verwachting, geloof en uitzicht. Dat geeft zin aan de dagen die gescheiden van elkaar gegeven worden, geleefd mogen worden. Niet zo maar als een gedachte die je op de been houdt. Iets dat je moet kunnen of wat voortkomt vanuit fantasie of inbeelding. Maar naar de Schriften, het moet zo zijn en zal zo gebeuren.

Ds. I. de Graaf
Geestelijk verzorger DSV