In deze periode worden we bepaald bij leven en dood. Vanuit de winter lijkt de natuur uit de dood op te staan. Het wordt weer wat lichter. De bomen krijgen blad. De eerste voorjaarsbloemen bloeien. Hoopvol. En wat kun je ernaar verlangen.

Maar ook in de kerk is het licht. Het licht van Pasen schijnt in onze harten. Letterlijk is er een nieuw licht ontstoken. In veel kerken staat er een nieuwe Paaskaars. De kaars die ons het hele jaar door wijst op de Opgestane Heer. 

Wat kan het lang duren, die donkere tijd. En dan moet je oppassen dat de kou van buiten niet binnen komt. Dat je het niet koud krijgt in je hart en in je ziel. Dan ga je je eenzaam voelen en nutteloos. Dat gevoel kruipt waar het niet gaan kan.

De boze zit daar bovenop. Of zoals ik iemand op één van de locaties eens hoorde zeggen: de duivel zit op je schouder. Dan kan hij gemakkelijk in je oor fluisteren. Van alles, om je bij de Here God vandaan te trekken. Om je uit het licht te halen en je in de duisternis te laten vallen.

Het is een machteloze stakker, een verliezer. Maar hij roert zich. Op vele wijzen. Luisteren wij naar zijn gemurmel en gewauwel? Helaas maar al te vaak. Daar worden we niet beter van. Toch doen we het. Het zijn vaak aantrekkelijke woorden waarmee hij aan komt zakken: 'Je moet er wat van maken, het leven is maar kort'. Ja, alsof er niet meer is tussen hemel en aarde, dan wat we zien, horen en vast kunnen pakken.

Voordat je het weet leef je op eigen kracht, naar eigen inzicht en blijft de Bijbel gesloten. En wordt het daar beter van? Nee, minder. Je raakt de weg kwijt. Je vergeet Psalm 119:105. Daar leer ik dat het Woord van God een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad is. Zonder dat Woord is het dolen en dwalen in de duisternis. 

Hij is verslagen, die verleider. Aan het kruis overwon Jezus Christus de dood, de zonde en de duivel. Hij leeft. Zoals we hierboven hebben gelezen in Psalm 42, onze God is de levende God. Hij spreekt tot zijn volk Israël en tot de wereld. Hij heeft zijn Zoon gezonden naar de wereld, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.

Aan het kruis gaf de Here Jezus zijn leven als losprijs voor velen. Een ieder die in Hem gelooft ontvangt vergeving van zonden en het eeuwige leven. Vergeving van zonden, daar kunnen we ons iets bij voorstellen. Maar eeuwig leven?

Een gezonde mensenziel verlangt naar God. Onze ziel heeft dorst, en dorst moet worden gelest. Om te kunnen overleven, moet je voldoende drinken. De levende God heeft alle leven gegeven. Hij blaast leven in levenloze lichamen, Hij bezielt het leven en de schepping. Wie het Paasfeest viert, mag zich opnieuw verbonden weten met de Schepper, onze Vader in de hemel. In en door de Here Jezus Christus. Die verbondenheid vraagt om omgang, contact en relatie. Dat is drinken. Wij doen dat meestal met gevouwen handen en gesloten ogen. Dan mag je in de nabijheid en geborgenheid zijn van God. En spreken tot Hem en luisteren naar Hem. Dat is geloven, dat is wandelen in het licht van de Eeuwige en naar het licht van de eeuwigheid. Dat is vandaag en morgen met Psalm 23:6 in het huis des Heren verblijven tot in lengte van dagen. Eeuwig leven begint bij geloof in de Heer die waarlijk is opgestaan en het doorbreekt de grens van leven en dood. Het is ons doel en onze bestemming en daarom dorst de ziel naar die levende God. Maar die dorst moet je wel eerst onderkennen en het is een Godswonder als dat gebeurt. Net als het licht dat de duisternis verdrijft, de bloem die gaat bloeien en een kind dat wordt geboren.

 

Ds. Iwan de Graaf,
Geestelijk Verzorger DSV