• De zwaluwen vliegen hoog, de zwaluwen vliegen laag, wat het weer zal worden is voor iedereen de vraag!
  • De maartse buien die beduien, dat de zomer aan komt kruien.
  • Maart roert zijn staart.
  • Dansen de lammetjes in maart, april pakt ze bij hun staart.
  • Onweert het in maart, dan is het voorjaar van de kaart.
  • Hij die zichzelf wel bemint, hoede zich voor maartse zon en aprilse wind
  • Donder op een kale boom, geeft in de zomer een waterstroom
  • Aprilletje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed.
  • Geeft april veel regen, zo brengt het rijke zegen.
  • Broedt de spreeuw vroeg in april,een schone meimaand is op til
  • Verschaft april ons mooie dagen, dan pleegt mei de last te dragen
  • Mei koel en nat, vult schuur en vat.
  • In mei een warme regen, betekent vruchtenzegen.
  • Avonddauw en zon in mei, hooi met karren uit de wei.